You are visiting the About us page of

Marinela Olaroiu and Wim van den Heuvel

 
Home
News
Projects
Maatschap
About us
Personal
Links
 

Publications by


Wim van den Heuvel (Also W.J.A van den Heuvel)

Marinela Olaroiu (Also M. van den Heuvel-Olaroiu)

 

Lecture

ONWIJS OUD
Samenvatting voordracht Prof. dr. Wim J.A. van den Heuvel
voor VERVOLG op 25 april 2007

1. ALS CONCLUSIES VOORAF:

-  Veroudering is een uniek verschijnsel

-  Nederland loopt in ouderenbeleid en ouderenzorg niet (meer) voorop

-  Potentieel van ouderen wordt maatschappelijk en individueel onvoldoend gebruikt

2.DE BOODSCHAP:

De uitdaging is de mogelijkheden en kansen, die veroudering met zich brengt, te benutten

3. VIER ONDERWERPEN
a. Zijn vragen, die spelen inzake veroudering, veelal al oud?
b. Hoe oud zijn en worden we?
c. Wat zijn nu de echte problemen?
d. Waar liggen de uitdagingen van/voor veroudering?
Allemaal vragen!

A EEN OUD PROBLEEM?
Veel vragen, die nu (weer) spelen inzake veroudering, zijn vaak oude vragen.
De participatie van ouderen in de samenleving speelt al als vraag vanaf de invoering van de AOW (Drees) en pensioneringsleeftijd.
In de jaren vijftig werd gesignaleerd, dat de ondersteuning van ouderen in gevaar kwam door het (toekomstig) tekort aan dienstmeiden. Fabrieksarbeid voor vrouwen was in opkomst (beter betaald). Dezelfde studie in 1956 voorspelde de toename van het aantal ouderen tot het jaar 2000 correct. Hoezo een nieuw probleem?
Vanwege o.a. de huisvestingsnood werd de bouw van bejaardenwoningen en bejaardenoorden (nu verzorgingstehuizen) gestimuleerd. De succesvolle bestrijding van de tuberculose vroeg om een andere bestemming van de sanatoria: verpleeghuizen.
Het beleid voor ouderen kreeg vanaf 1970 gestalte in twee nota’s bejaardenbeleid (in de jaren 70) en in ‘bouwstenen voor een ouderenbeleid’ en ‘kosten van vergrijzing voor WVC’ (in de jaren 80). De nieuwste nota inzake ouderenbeleid van VWS (2005) heet ‘ouderenbeleid in het perspectief van de vergrijzing’ met als titelblad de tekst van ‘When I am 64’(Beatles: Will you still feed me? Will you still need me? When I am 64)

De cijfers over veroudering zijn op tijd bekend. Nederlandse cijfers over het aantal mensen boven 64: in 1900 307.000 ‘bejaarden’ (toen echt oud), in 1950 771.000, een verdubbeling in 50 jaar. In  1970, 20 jaar later, weer bijna een verdubbeling 1.311.000. In 1990 komt de 2 miljoen dichter bij:  1.911.000 ‘bejaarden’ (velen vitaal en gezond). De druk van de oudere neemt extra toe door de ‘dubbele vergrijzing’: het aantal zeer ouden groeit relatief sneller dan het totaal aantal ouderen. Een verschijnsel bekend vanaf de jaren 80.    
Er is een stijgende grijze druk: ouderen per 100 potentiële werkers. In 1950: 13, in 2006: 22 en in 2040: 43 (‘piek’ voor NL)
Nederland was gidsland in ouderenbeleid en ouderenonderzoek in de jaren 70 en 80. Vanaf 1970 apart ouderenbeleid, mede vanwege huisvestingsbeleid, dat in eerste instantie leidde tot een sterke groei van instituten voor ouderen. Dit leidde tot extra kostenstijging in de ABW.
Wat betreft de wetenschappelijke kennisontwikkeling heeft Nederland (Ministerie van Wetenschapsbeleid) vanaf de zeventiger jaren een onderzoeksbeleid: van ‘onderzoek ouder wordende mens’ naar ‘succesvol ouder worden’
Maar is het allemaal een oud probleem? Nee, de sterftekans van mannen en vrouwen tussen 80-84 jaar neemt relatief toe in Nederland in de periode 1980-2000 in vergelijking met landen als Frankrijk en Japan.
Nee: de disability gap zal afnemen: met het ouder worden zal het aantal ziektegebonden levensjaren (gemiddeld 7 jaren) verder afnemen (compressie van morbiditeit). Hier blijkt de wens de vader van de gedachte? De co-morbiditeit neemt toe.

B HOE OUD?
In 2050 is meer dan de helft van de EU burgers 65 of ouder (53%). Nederland blijft met 36% het ‘jongste’ land ! Polen heeft dan 51% 65 of oudere burgers, Italië 67%.
In de tweede helft van de jaren 90 kwam de schatting, dat de maximale leeftijd van de mens rond 140 jaar ligt! Stel je voor: een tweede leven na 70 jaar. Een nieuw vak leren als je 75 bent. Is het dan verstandig laat kinderen te krijgen en je eerste beroepscarrière af te sluiten rond je 40e?
In 1950 had Nederland 30 honderdjarigen. In 2001 waren dit er 1100 ! Bijna 40 keer meer toe te schrijven aan daling sterftekans, die in de tweede helft van de jaren 90 lijkt te stagneren (zie eerder sterftekansen 80-84).

C EEN PROBLEEM ?
Veroudering en hoe daarmee om te gaan is een vraagstuk voor de gehele wereld.
‘High speed ageing’ speelt met name in Aziatische landen. NL vergrijst rustig
Participatie (in arbeid) van ouderen is een probleem in de EU vanwege de betaalbaarheid van pensioenen. Dit geldt niet voor Nederland.
Deelname van ouderen aan het arbeidproces zal oplopen van 65 naar 70 jaar. In Noorwegen geldt 70 jaar al decennia als pensioenleeftijd. Mondiaal zou de vitaliteit van ouderen (in ontwikkelde landen) gesteld kunnen worden tegenover kinderarbeid.
In Europa zal de gezondheidszorg meer dienen in te spelen op ‘nieuwe vragen’ zoals signalering psychosociaal dysfunctioneren van ouderen en samenhang in de zorg (ketenzorg is geen goede oplossing bij co-morbiditeit). Is de medische zorg voor ouderen onder de maat in Europa?
Er zijn grote vraagstukken, die om investering vragen:
- aanpassing van de infrastructuur (economisch, fysiek, sociaal) is noodzakelijk: wie durft ?
- kennis over kwetsbare ouderen ontbreekt; behandeling én preventie schieten te kort.

Frailty Model:
Age                      >                            Age                 >                    Age
Determinants >             Disease  
-lifestyle                         Decline
-biology                                              X      Frailty
-social                                                         indicators            > X    Disability
-psychological                                             - cognitie                       Institution 
- gewicht                        Death
- zwakte

D UITDAGINGEN ?
De oude wijsheid ‘use it or loose it’ geldt. En dus ook ‘men is zo oud als men zich voelt’. Dat is een hoopvol perspectief? (Zilveren kracht. Programma van VWS).
Meer kennis over ouderen: trials met ouderen is een noodzaak; er is nu een tekort aan kennis! En de kennis, die er is, wordt in de praktijk niet gebruikt (‘succesvol ouder worden’).
Het verzorgingshuis moet blijven: veel ouderen hebben geen keuze! De vraag is wel: hoe dient dat tehuis er dan uit te zien?
Concreet kan er veel gebeuren:
- valpreventie in verpleeghuizen (nu 300 vallen per jaar per huis; 2 x per bed per jaar; 23 fracturen per 1000 bedden per jaar; in een gemiddeld huis één per maand). Multi-factoriële interventie leidt tot reductie (Neijens 2007).
- bewegen voor ouderen is succesvol. Het leidt tot meer balans en zelfvertrouwen, fitheid
en sociaal contact. Het vraagt wel om gedragsverandering (en dat is niet zo eenvoudig) en inbedding in de directe omgeving van ouderen (kansen voor WMO).
Het ouder brein kan meer dan we denken. Ouderen, die een deelverlies in hersenen hebben, gebruiken een breder hersengebied om activiteiten uit te voeren ter compensatie van dit deelverlies (MRI). Fysieke activiteit leidt tot verandering in hersenmassa: grijze massa neemt toe.

4. TOT SLOT
Er liggen veel kansen voor ouderen. Een integrale aanpak is daarbij van groot belang. Daar ontbreekt het tot nu toe steeds aan.
Er zijn diverse, concrete mogelijkheden om ‘succesvol ouder’ te worden. Er i dus werk aan de winkel (maatschappelijk/beleidsmatig én - als men wil - ook individueel)
Een ander gezegd luidt: men is nooit te oud om … Onwijs oud dus !

REFERENTIES
Asia grapples wit hits high-speed ageing. Financial Times 9 April 2007
Blommestein R. Het verzorgingstehuis moet blijven. Trouw 10 maart 2007
Interview Prof. S. Swinnen. Gazet van Antwepen 6 april 2007
Keime Guibert et al : New England Journal of Medicine; 2007
Programma studie ‘Bewegen en Ouderen’ de Greef en Bossenbroek, ZonMw, 2007
Saksen profiteert wel van vergrijzing. NRC HANDELSBLAD 1 november 2006
Westendorp R. Medische zorg voor ouderen onder de maat. Medisch Contact, 3 november 2006
www.cbs.nl
www.zilverenkracht.nl